Eiser, werkzaam als business intelligence specialist, meldde zich op 11 december 2017 ziek vanwege fysieke en mentale beperkingen. Zijn dienstverband was per 1 januari 2017 aangepast van 40 naar 32 uur per week. Verweerder kende hem een WIA-uitkering toe op basis van 74,11% arbeidsongeschiktheid, met als maatman de laatst verrichte arbeid van 32 uur per week. Eiser stelde dat hij een medische afzakker is, omdat de urenreductie een medische noodzaak betrof, onderbouwd met diagnoses zoals de ziekte van Crohn, RSI en een Autismespectrumstoornis.
De rechtbank stelde vast dat eiser voldoende medische onderbouwing had geleverd, waaronder een rapport van een GZ-psycholoog die een maximale belastbaarheid van 70% adviseerde en een werkweek van maximaal 30 uur. Dit leidde tot de conclusie dat eiser als medische afzakker moet worden aangemerkt, waardoor het uitgangspunt van het laatste werk voor intreding van arbeidsongeschiktheid niet geldt. De eerste arbeidsongeschiktheidsdag moet daarom worden teruggelegd naar 1 januari 2017 met een maatman van 40 uur per week.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb en legde een termijn van 12 weken op voor het nemen van een nieuw besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €1.068,-. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.