ECLI:NL:RBMNE:2021:2628
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep op huurtoeslag wegens vermogen minderjarig kind
Eiseres vordert vernietiging van besluiten waarin de Belastingdienst/Toeslagen haar recht op huurtoeslag voor 2018 en 2019 heeft vastgesteld en een terugvordering van teveel ontvangen toeslag heeft opgelegd. De kern van het geschil betreft de vraag of het vermogen van haar minderjarige zoon bij de draagkrachtberekening mag worden betrokken.
De rechtbank volgt de Belastingdienst in de uitleg van artikel 7 van Pro de Wet op de huurtoeslag en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Het vermogen van de zoon wordt terecht meegenomen bij de toetsing, aangezien geen uitzonderingssituatie van onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld. Eiseres kon zich niet beroepen op het vertrouwensbeginsel omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezegging is gedaan dat het vermogen van haar zoon buiten beschouwing zou blijven.
Verder is geoordeeld dat de proefberekening en informatie op de website van de Belastingdienst slechts indicatief zijn en geen recht op toeslag kunnen creëren. Ook een telefonisch contact met een medewerker van de belastingtelefoon leidt niet tot een gerechtvaardigd vertrouwen. De terugvordering is gebaseerd op het verschil tussen het geschatte en het vastgestelde toetsingsinkomen en kan niet worden gematigd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van huurtoeslag is ongegrond verklaard.