ECLI:NL:RBMNE:2021:2626
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaar tegen vreemdelingenbesluit
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 16 maart 2020, waarin het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank overweegt dat een bezwaarschrift binnen vier weken na bekendmaking van het besluit moet worden ontvangen. Het besluit was bekendgemaakt op 16 augustus 2019, zodat het bezwaar uiterlijk op 13 september 2019 ontvangen had moeten zijn. Het bezwaarschrift werd echter pas op 7 november 2019 ontvangen, wat te laat is.
Eiser stelde dat hij het besluit niet had ontvangen en dat het niet aangetekend was verzonden, waardoor het niet in werking zou zijn getreden. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit op 16 augustus 2019 naar het juiste adres is verzonden, op basis van de verzendadministratie van het digitale systeem. De stelling van eiser dat aangetekende verzending verplicht is, wordt verworpen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat er geen reden is om de uitzetting te verbieden. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 21 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te laat ingediend bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.