Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Afdoening disciplinair onderzoek” overhandigd aan eiser op 27 augustus 2019. In de brief heeft verweerder geconcludeerd dat geen sprake is van plichtsverzuim en dat een waarschuwing passend is in dit geval. De waarschuwing houdt in dat als eiser zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan soortgelijke vormen van plichtsverzuim, eiser rekening dient te houden met een disciplinaire straf. Met het uitreiken van de brief is het disciplinair onderzoek geëindigd. Ter zitting is besproken dat de datering van de brief van 16 augustus 2018 onjuist is. De brief is in 2019 opgesteld, op 27 augustus 2019 aan eiser uitgereikt en in het personeelsdossier van eiser opgenomen. Ter zitting is besproken dat de overige stukken uit het disciplinair onderzoek zijn opgeslagen bij de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten.
Beslissing
- verklaart het beroep niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.