Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2021 op het verzet van
[opposante] ., te [vestigingsplaats] , opposante,
Procesverloop
Overwegingen
3 juni 2019 door of namens de gemachtigde van opposante is ontvangen op
5 juni 2019. Op 17 maart 2021 heeft de rechtbank een betalingsbewijs ontvangen van gemachtigde van opposante waaruit blijkt dat € 3,45 is betaald. De rechtbank heeft intern een onderzoek gestart bij het Landelijke Dienstencentrum Rechtspraak (LDCR). Uit dit onderzoek is gebleken dat de gemachtigde inderdaad € 3,45 heeft betaald, maar dit bedrag is na ontvangst van het verzoek om betalingsonmacht door het LDCR terug gestort op de rekening van de gemachtigde van opposante. Nu de gemachtigde van opposante de betalingsherinnering heeft ontvangen en daarna niet tot een volledige betaling is overgegaan, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissing
O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.