ECLI:NL:RBMNE:2021:1658
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beslissing UWV over mate van arbeidsongeschiktheid
Eiser was sinds februari 2017 werkzaam als callcentermedewerker en meldde zich in januari 2018 ziek vanwege fibromyalgie. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken besloot het UWV dat eiser recht had op een WIA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55,82%, later aangepast naar 43,71%. Het UWV stopte de uitkering per oktober 2019, maar herzag dit besluit na bezwaar en stelde het recht op uitkering opnieuw vast.
Eiser stelde dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen die de beschikbare medische gegevens, waaronder huisartsinformatie, betrokken. Het ontbreken van een lichamelijk onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd niet als onzorgvuldig beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende objectief medisch bewijs had geleverd om de beoordeling van het UWV te betwisten. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, waarbij de functies passend werden geacht. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit is ongegrond verklaard en de vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 43,71% blijft gehandhaafd.