ECLI:NL:RBMNE:2021:1168
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking omgevingsvergunning biogascentrale wegens ernstig gevaar misbruik en ondermijning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht de omgevingsvergunningen voor een biogascentrale in Bunschoten ingetrokken vanwege een ernstig gevaar dat de vergunningen worden gebruikt voor strafbare feiten zoals belastingontduiking en het dumpen van gevaarlijk afval. De rechtbank toetste of het college de belangenafweging zorgvuldig had gemotiveerd en of de nadelige gevolgen voor het bedrijf niet onevenredig waren.
De rechtbank oordeelde dat het college het gebrek in de eerdere belangenafweging had hersteld door een gedegen motivering te geven waarin het algemeen maatschappelijk belang zwaarder werd gewogen dan het bedrijfsbelang. Daarbij werd rekening gehouden met de gevolgen voor personeel, leveranciers en afnemers, en met de gewijzigde bestuurssamenstelling van het bedrijf. De rechtbank vond de belangenafweging redelijk en terughoudend toetsen was op zijn plaats.
Hoewel het bedrijf stelt meer tijd nodig te hebben voor het stilleggen van de activiteiten, achtte de rechtbank een termijn van zes weken redelijk voor het stopzetten van de activiteiten. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de omgevingsvergunningen en legt een termijn van zes weken voor het staken van de activiteiten op.