ECLI:NL:RBMNE:2020:5269
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ov-schuld opgelegd wegens niet tijdig stopzetten studentenreisproduct
Bij besluit van 10 december 2019 legde de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan eiser een ov-schuld van €600 op over de periode 1 september tot en met 15 november 2019. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 3 juni 2020 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich aanvankelijk wilde inschrijven aan de universiteit, maar dat dit misging aan de kant van de onderwijsinstelling. Eiser kreeg later nog de mogelijkheid zich in te schrijven, maar koos ervoor dit niet te doen omdat het te laat in het collegejaar was. Hierdoor stond eiser niet ingeschreven voor het studiejaar 2019-2020 en had hij geen recht op studiefinanciering en het studentenreisproduct vanaf 1 september 2019.
Eiser had het studentenreisproduct uiterlijk 10 september 2019 moeten stopzetten om een ov-schuld te voorkomen. Het gebruik van het studentenreisproduct in de periode september tot medio november 2019 was onbetwist. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig stopzetten aan eiser kan worden toegerekend en dat de situatie met de inschrijving een kwestie is tussen student en onderwijsinstelling. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast en de hoogte van de ov-schuld was terecht vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de ov-schuld van €600 wordt ongegrond verklaard.