Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de man, met producties, binnengekomen op 10 februari 2020;
- het verweerschrift van de vrouw, met producties, binnengekomen op 7 april 2020;
- een brief van 27 augustus 2020, met bijlagen, van de vrouw;
- een brief van 7 september 2020, met producties, van de man, inhoudende een aanvullend verzoek;
- een nader verweerschrift met daarin een zelfstandig verzoek van de vrouw, binnengekomen op 21 september 2020.
- mr. Wiebes namens de man;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Nauta.
2.Waar gaat het over?
- € 1.867,- netto per maand over de periode van [datum 5] 2016 tot [datum 5] 2017, en
- € 1.919,- netto per maand vanaf [datum 5] 2017.
- in 2018 afgerond € 1.948,- per maand;
- in 2019 afgerond € 1.987,- per maand;
- in 2020 afgerond € 2.036,- per maand.
3.De beoordeling
- vanaf [datum 5] 2016 op € 2.318,- netto per maand;
- vanaf 1 januari 2017 op € 2.367,- netto per maand;
- vanaf 1 januari 2018 op € 2.403,- netto per maand;
- vanaf 1 januari 2019 op € 2.451,- netto per maand;
- vanaf [datum 3] 2019 op € 2.767,- netto per maand, en
- vanaf 1 januari 2020 op € 2.836,- netto per maand.
- in 2017 afgerond € 2.061,- per maand
- in 2018 afgerond € 2.092,- per maand
- in 2019 afgerond € 2.134,- per maand
- in 2020 afgerond € 2.188,- per maand.
4.De beslissing
- € 1.802,- per maand over de periode van 1 juli 2017 tot 1 januari 2018;
- € 1.060,- per maand over de periode van 1 januari 2018 tot 1 januari 2019;
- € 529,- per maand over de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2020, en
- € 1.296,- per maand met ingang van 1 januari 2020;