Partijen zijn in 1996 gehuwd en in 2016 gescheiden, waarbij partneralimentatie aan de vrouw werd toegekend. De man is in 2019 hertrouwd en verzocht de alimentatie te verlagen vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder het inkomen van de vrouw en zijn eigen beëindigde dienstverband.
De vrouw had inkomen uit arbeid verzwegen, wat de man als wangedrag kwalificeerde en aanleiding gaf voor verlaging van de alimentatie. De rechtbank oordeelde dat de alimentatieplicht niet vervalt door verbreking van de lotsverbondenheid, maar wel kan worden aangepast bij gewijzigde omstandigheden en wangedrag.
De rechtbank stelde de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man vast per jaar vanaf 2017 en bepaalde lagere alimentatiebedragen dan eerder vastgesteld. Tevens werd bepaald dat de vrouw de teveel ontvangen alimentatie over 2017-2020 moet terugbetalen. De alimentatie moet vooruitbetaald worden en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.