ECLI:NL:RBMNE:2020:4802
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks recht van overpad en ligging
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, vastgesteld op €494.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode en een taxatiematrix overgelegd ter onderbouwing. Eiseres betwist de waarde onder meer vanwege de ligging van de woning en een recht van overpad dat volgens haar de waarde zou drukken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix toont aan dat de woning is vergeleken met referentiewoningen in dezelfde straat, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. Het waardedrukkend effect van de ligging is volgens de rechtbank reeds verdisconteerd in de referentiewoningen, die zich in dezelfde straat bevinden.
Ten aanzien van het recht van overpad heeft verweerder aangetoond dat dit ook geldt voor enkele referentiewoningen en dat dit geen waardedrukkend effect heeft op de verkoopprijzen. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd waarom dit anders zou zijn. Ook de door eiseres aangevoerde lagere waarde van een vergelijkbare woning wordt door verweerder met technische berekeningen weerlegd. De rechtbank volgt verweerder en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €494.000,- wordt ongegrond verklaard.