ECLI:NL:RBMNE:2020:2026
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wegens huurschuld
Eiser, ontvanger van een Participatiewetuitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor woonkostentoeslag nadat hij met zijn ex-echtgenote een huurachterstand had opgebouwd. De gemeente wees de aanvraag af omdat het ging om het aflossen van een schuld, waarvoor bijzondere bijstand volgens de Participatiewet niet wordt verleend.
Eiser stelde dat de aanvraag niet bedoeld was om schuld af te lossen, maar om ontruiming van de woning te voorkomen, en dat hij voldeed aan de uitzonderingsgronden in artikel 49 van Pro de Participatiewet. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag wel degelijk betrekking had op schuldaflossing en dat geen sprake was van een afgewezen saneringskrediet of zeer dringende redenen zoals een acute noodsituatie.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij alle mogelijkheden had benut, zoals contact met het buurtteam of crisisteam van de gemeente. Het aanbod van het buurtteam werd door eiser geweigerd en hij had geen gegronde redenen voor het niet opvolgen daarvan. De dreigende huisuitzetting kwalificeerde niet als een levensbedreigende situatie.
Daarom mocht de gemeente de aanvraag afwijzen en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wordt ongegrond verklaard.