Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
630,00(3 punten x tarief € 210,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert de werknemer betaling van achterstallig loon over toegekende en opgenomen bovenwettelijke vrije uren bij NS Reizigers B.V. (NSR). In een tussenvonnis was reeds vastgesteld dat NSR onregelmatigheidstoeslag (ORT) verschuldigd is over deze vrije uren. De werknemer berekende het achterstallig salaris op € 2.993,48 bruto.
NSR voerde verweer tegen deze berekening en stelde dat de vergoeding niet op de dienstenschaal (DS) gebaseerd kon worden. De kantonrechter stelde vast dat NSR niet voldeed aan de opdracht om haar standpunt te onderbouwen met stukken, terwijl zij als werkgever over de salarisadministratie beschikt. Het verweer dat de vergoeding alleen gebaseerd kan worden op structureel uitbetaalde ORT faalde, mede omdat NSR dit standpunt te laat innam.
De kantonrechter oordeelde dat het loon over de vrije uren berekend moet worden aan de hand van de DS, conform artikel 81 van Pro de cao. NSR voerde geen verweer tegen het aantal vrije uren, waardoor dit als vaststaand werd aangenomen. De vordering tot betaling van € 2.993,48 bruto aan achterstallig loon werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werd NSR veroordeeld tot afdracht van pensioenpremie over dit bedrag en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 406,23. De gevorderde wettelijke verhoging werd afgewezen. NSR werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: NS Reizigers B.V. is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over toegekende vrije uren en buitengerechtelijke kosten aan de werknemer.