ECLI:NL:RBMNE:2019:6312
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terugkomen op Wajong-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser diende in 2014 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die door het UWV werd afgewezen omdat hij in staat werd geacht meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij onder meer het ontbreken van betaling van griffierecht leidde tot niet-ontvankelijkheid, diende eiser in november 2017 een nieuwe aanvraag in met medische rapporten ter onderbouwing.
Het UWV kwalificeerde deze aanvraag als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit van januari 2015 en wees dit af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een ander besluit rechtvaardigden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er onvoldoende medische informatie was over de periode van eisers 18e tot 23e levensjaar om aan te nemen dat zijn beperkingen toen al van dien aard waren.
De rechtbank volgde het standpunt van het UWV en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat het CAARMS-rapport onvoldoende objectivering bood voor aanwezigheid van schizofrenie rond het 18e levensjaar, en dat het verzoek niet als een duuraanspraak kon worden aangemerkt wegens gebrek aan onderbouwing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere Wajong-besluit is ongegrond verklaard.