Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
zoiets, gingen we elkaar meer zien (…) voor mij om mijn hart te luchten (…) Uiteindelijk heeft hij mij verliefd gemaakt. (…) ik dacht dat het normaal was van iemand met 53 jaar (…) ik dacht dat het uit liefde ging. Ik dacht dat het een relatie was”. [14]
medeonder invloed van de feitelijke afhankelijkheidsrelatie waarin zij verkeerde is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. [17] Naar het oordeel van de rechtbank is dat in deze zaak het geval. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de opgebouwde vertrouwensband met aangeefster en heeft haar gedurende die periode bewogen tot een, in de ogen van aangeefster, liefdesrelatie met vele seksuele handelingen tot gevolg. Dat wellicht ook andere factoren dan het gedrag van verdachte een rol hebben gespeeld – zoals wederzijdse genegenheid – doet aan de strafbaarheid van het gedrag van verdachte niet af. De strafbaarstelling van zedendelicten waarbij minderjarigen zijn betrokken is immers in de eerste plaats gericht op de bescherming van die minderjarigen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 3.316,55, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 januari 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 43 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
18 maanden;
6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
3 jarenvast;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.316,55;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2017 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat