ECLI:NL:RBMNE:2019:5684
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeren meestertitel wegens niet-gelijkwaardig onderwijspad
Eiser heeft een HBO-bachelor in Rechten behaald en vervolgens een wetenschappelijke master International Law and World Order in Groot-Brittannië. Hij verzocht om in Nederland de meestertitel te mogen voeren op basis van zijn buitenlandse master.
Verweerder wees het verzoek af omdat eiser voorafgaand aan zijn master geen wetenschappelijke bachelor in dezelfde discipline had gevolgd, wat volgens beleidsregels vereist is. Eiser betwistte dit en stelde dat alleen de masteropleiding relevant is en dat Nuffic zijn master als gelijkwaardig heeft beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat het gehele onderwijspad beoordeeld moet worden en dat de beleidsregel niet in strijd is met de WHW. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat toegang tot een Nederlandse wetenschappelijke master met een HBO-bachelor alleen mogelijk is onder aanvullende voorwaarden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder mocht het verzoek tot het voeren van de meestertitel afwijzen omdat het onderwijspad niet gelijkwaardig is aan het Nederlandse wetenschappelijke traject.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot het voeren van de meestertitel wordt afgewezen vanwege het niet-gelijkwaardige onderwijspad.