ECLI:NL:RBMNE:2019:5422
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over intrekking bijstandsuitkering en vaststelling recht op bijstand
Eiser ontving vanaf 18 februari 2016 een bijstandsuitkering en stond ingeschreven op een adres in zijn woonplaats. Het college trok de uitkering in per 26 november 2018 met terugwerkende kracht vanaf 18 februari 2016, naar aanleiding van een onderzoek van de sociale recherche. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in.
De rechtbank onderscheidt twee periodes: van 18 februari 2016 tot 28 februari 2017 en vanaf 1 maart 2017. Over de eerste periode heeft het college onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het recht op bijstand ontbrak, ondanks schending van de inlichtingenplicht door eiser. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij ook met de ontvangen bedragen recht had op bijstand.
Over de tweede periode heeft het college voldoende bewijs geleverd dat eiser zijn hoofdverblijfplaats buiten de woonplaats had en dit niet had gemeld, waardoor de intrekking en terugvordering terecht zijn. De rechtbank beveelt het college aan het gebrek in het besluit over de eerste periode te herstellen binnen zes weken en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat het college het recht op bijstand over 18 februari 2016 tot 28 februari 2017 alsnog moet vaststellen en houdt verdere beslissingen aan.