Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 maart 2019 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
de korpschef van Politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
16 maart 2017 heeft de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) de opdracht gekregen een oriënterend onderzoek in te stellen naar eiser in verband met mogelijk plichtsverzuim. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 2 mei 2017. Naar aanleiding van de resultaten van het oriënterend onderzoek is door de afdeling VIK een disciplinair onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 3 oktober 2017.
77, eerste lid, aanhef en onder, j van het Besluit algemene rechtspositie politie. Dit besluit is, na bezwaar, gehandhaafd bij het bestreden besluit.
Ik zag toen het één en ander op tafel liggen, en nu ik meer bekend ben met harddrugs, weet ik dat het MDMA was. Ik zag een zakje op tafel liggen. In het zakje zat een soort van doorzichtige substantie, het leek op een steentje. Ik zag dat [eiser] er een stukje van in zijn mond deed en daarna een slok whisky dronk.”
In de woning van [eiser] bij de after party heb ik harddrugs, MDMA, in zijn woning zien liggen. Het lag in de keuken, op het aanrecht. Althans daar haalde [eiser] vandaan. [eiser] heeft mij, in de keuken, de harddrugs aangeboden. Dat heb ik toen geweigerd. (..) Er is wel degelijk drugs gebruik op de after party. [eiser] heeft voor mij neus drugs gebruikt. Ik weet niet of zijn collega’s dit hebben gezien. Zij waren in de ruimte, maar of zij echt zaten te kijken wat [eiser] deed, dat weet ik niet. (..) Ja, ik zag dat hij met zijn vinger in het zakje van de MDMA ging en daarna vervolgens zijn vinger in zijn mond deed om deze zeg maar af te likken.”
m’in de WhatsApp-gesprekken MDMA bedoelt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de hierboven genoemde WhatsApp-gesprekken tussen eiser en [A] dat eisers bericht dat hij ‘ook zat te spacen’ gelet op de context van het gesprek ziet op het gebruik van MDMA. Uit de verklaringen van [A] volgt dat zij eiser op 23 oktober 2016 in zijn woning MDMA heeft zien gebruiken. Dat [A] verschillend heeft verklaard over de wijze waarop eiser MDMA tot zich nam, betekent niet dat aan de verklaringen van [A] geen waarde mag worden gehecht. Die verschillen doen geen afbreuk aan de essentie van haar waarneming, namelijk dat zij eiser MDMA heeft zien gebruiken. De verklaring van eiser dat hij in privétijd bezig was met een onderzoek naar [A] om aan te tonen dat zij drugs gebruikte, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Eiser heeft deze verklaring op geen enkele wijze aannemelijk weten te maken. Uit de verklaring van collega [B] van 20 juli 2017 volgt dat hij tijdens de afterparty op 23 oktober 2016 op de bank zat met [naam ] en dat hij voornamelijk met zijn telefoon bezig was. [B] verklaart dat hij niet weet wat de anderen precies deden. De verklaring van [B] is daarom niet strijdig met de verklaringen van [A] en sluit niet uit dat eiser drugs heeft gebruikt.
23 oktober 2016 en het bestellen van harddrugs op 27 november 2016 heeft begaan en dat deze gedragingen als plichtsverzuim zijn aan te merken. Eiser heeft hiermee gehandeld in strijd met de eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid die aan een politieambtenaar worden gesteld.
Beslissing
mr. M. Eikelenboom-Renden, leden, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2019.