ECLI:NL:RBMNE:2018:710
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De werknemer, sinds 1984 in dienst als leraar basisonderwijs, viel in 2011 en opnieuw in 2014 uit wegens medische klachten. De werkgever verlengde de loondoorbetaling, maar de werknemer hervatte slechts aangepast werk dat niet structureel was binnen de organisatie. Verweerder legde een loonsanctie op vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De werkgever stelde dat zij voldoende inspanningen had verricht en verwees naar arbeidsdeskundige rapporten die onderzochten of passende functies beschikbaar waren. De rechtbank oordeelde echter dat de werkgever onvoldoende inzichtelijk had gemaakt welke alternatieve functies waren onderzocht vóór het einde van de wachttijd, en dat de aanvullende rapportage geen nieuw licht wierp.
Ook in spoor 2 was er onvoldoende bewijs dat de werknemer daadwerkelijk werd begeleid bij sollicitatieactiviteiten bij andere werkgevers. De rechtbank concludeerde dat de loonsanctie terecht was opgelegd omdat de werkgever niet voldeed aan haar re-integratieverplichtingen.
Het beroep van de werkgever werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige en inzichtelijke verslaglegging van re-integratie-inspanningen door werkgevers.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever.