Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
[Stichting], te Hilversum, (gemachtigde: D.C. Heijstek).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als pedagogisch medewerker, viel op 9 oktober 2015 uit wegens gezondheidsklachten. Verweerder weigerde haar per 6 oktober 2017 een WIA-uitkering toe te kennen en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend.
De rechtbank overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle relevante medische gegevens en een eerdere lichamelijke keuring had betrokken. De klachten van eiseres werden adequaat meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de medische beoordeling onjuist was, ook niet ondanks het rapport van een psycholoog dat afweek van de andere medische rapporten.
De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat eiseres 30,5% arbeidsongeschikt is, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Eiseres kon de functies die op grond van de FML waren geduid medisch gezien verrichten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het verzoek om benoeming van een deskundige af en gaf geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.