Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
gebracht.
gelatenen zich dus schuldig heeft gemaakt aan het bepaalde in artikel 255 Sr Pro. Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit moet voldoende komen vast te staan dat verdachte minst genomen
voorwaardelijkopzet had op het laten bestaan van de hulpeloze toestand. Vereist is dus dat verdachte op de hoogte was van het feit dat haar kinderen in hulpeloze toestand verkeerden en onvoldoende heeft gedaan om deze hulpeloze toestand te beëindigen.
5.BEWEZENVERKLARING
tot wiens onderhoud en verzorging zij krachtens wet verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gelaten, immers heeft/is zij, verdachte, met dat opzet
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 maanden;
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.