ECLI:NL:RBMNE:2018:448
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onbetrouwbaarheid
Verzoeker, werkzaam als beveiliger, kreeg op 4 december 2017 een besluit tot intrekking van de toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Dit besluit was gebaseerd op een veroordeling van verzoeker voor rijden onder invloed en het verlaten van de plaats van een ongeval, alsmede een lopende strafzaak wegens een nieuw feit van rijden onder invloed.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de intrekking terecht is omdat verzoeker niet voldoet aan de betrouwbaarheidseisen uit de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014. Verweerder mocht ook de lopende strafzaak meewegen bij zijn beoordeling. De onschuldpresumptie uit artikel 6 EVRM Pro is niet geschonden omdat de bestuursrechtelijke procedure losstaat van de strafrechtelijke procedure.
Verzoeker voerde aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, maar de voorzieningenrechter stelt dat deze clausule niet van toepassing is omdat de intrekking mede gebaseerd is op onvoldoende betrouwbaarheid. De belangenafweging door verweerder is redelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt afgewezen.