ECLI:NL:RBMNE:2018:4421
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na verkeersongeval
De werknemer viel op 27 januari 2015 uit vanwege lichamelijke klachten na een verkeersongeval. De werkgever (eiseres) kreeg een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht. De bedrijfsarts stelde een urenbeperking vast die later door verzekeringsarts en arbeidsdeskundigen als te fors werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsarts de functionele mogelijkheden van de werknemer niet correct had ingeschat, waardoor kansen in spoor 1 en 2 mogelijk zijn gemist. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerden dat de beperkingen op concentratie en uren niet adequaat waren vastgesteld.
De werkgever voerde aan dat de beperkingen terecht waren aangenomen en dat de werknemer slechts geschikt zou zijn voor functies met een verdiencapaciteit van minder dan 15%. De rechtbank volgde dit niet, omdat zonder correcte belastbaarheid niet duidelijk is welke functies passend zijn.
De rechtbank bevestigde dat de loonsanctie terecht is opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd zonder deugdelijke grond. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en verklaart het beroep ongegrond.