Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2018 in de zaak tussen
Rhenam Wonen, te Rhenen, gemachtigde: M.J.M.J. Lodder.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen om een omgevingsvergunning eerste fase te verlenen voor het gebruik van gronden in afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van het oprichten van een woonzorggebouw met 24 plaatsen voor mensen met dementie.
Eisers voerden aan dat het plan niet voldoet aan de ladder duurzame verstedelijking, onvoldoende economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is, alternatieve locaties onvoldoende zijn onderzocht, en dat er onvoldoende onderbouwing is over verkeersimpact en ecologische gevolgen, met name voor de steenuil. Tevens werd betoogd dat de bescherming van monumentale bomen onvoldoende is gewaarborgd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende ruimtelijke onderbouwing heeft geleverd, dat eisers hun stellingen onvoldoende hebben onderbouwd, en dat het beroep op staatssteunregels niet rechtstreeks mogelijk is. Ook de verkeerszorgen en ecologische bezwaren werden niet gegrond bevonden. De vergunningvoorschriften bieden voldoende bescherming voor de monumentale bomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het besluit is getoetst aan de relevante wettelijke bepalingen, waaronder de Wabo en het Bro, en de toetsing door de rechter was terughoudend gezien de discretionaire bevoegdheid van verweerder.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het woonzorggebouw wordt ongegrond verklaard.