Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 maart 2017 in de zaak tussen
Stichting Reinaerde, te Utrecht, eiseres
[betrokkene], te [woonplaats] , betrokkene.
Procesverloop
24 augustus 2016 van arbeidsdeskundige bezwaar en beroep J. den Hartog ingebracht. Den Hartog beschrijft in zijn rapportage waarom het inkomen dat door betrokkene werd gerealiseerd niet voortvloeide en niet kon voortvloeien uit passende arbeid. Den Hartog werkt dit standpunt uit voor zowel 1 mei 2013 als 1 februari 2014.
betrokkenenog steeds gelden dat haar uitkering op grond van de Wet WIA per 1 mei 2016 wordt beëindigd. Nadrukkelijk zij vermeld dat het oordeel van de rechtbank dus geen verandering brengt in de rechtspositie van betrokkene zoals die voortvloeide uit het oorspronkelijke besluit van 23 maart 2016.
eiseresdient verweerder uit te gaan van een beëindiging van de WIA-uitkering van betrokkene per 15 maart 2013. Deze datum geldt dus alleen voor eiseres en zal door verweerder moeten worden aangehouden bij de verstrekking van gegevens over de toe te rekenen variabele premie aan de belastingdienst. Ook dient verweerder de mogelijke gevolgen voor eiseres af te stemmen op deze datum, bijvoorbeeld bij toepassing van artikel 57 van Pro de Wet WIA. Dit betekent dat verweerder, indien zij toepassing zou geven aan artikel 57 van Pro de Wet WIA en de WIA-uitkering van betrokkene laat herleven, de variabele premie tot uiterlijk 15 maart 2018 toe kan (laten) rekenen aan eiseres. Indien sprake is van herleving van de WIA-uitkering van betrokkene op grond van artikel 57 van Pro de Wet WIA op of ná 15 maart 2018 dient de variabele premie niet langer aan eiseres toegerekend te (laten) worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;