ECLI:NL:RBMNE:2016:141
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursorgaanstatus gerechtsdeurwaarder bij executoriaal derdenbeslag en Wob-verzoek
Opposant heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder, een gerechtsdeurwaarder, op een Wob-verzoek over een executoriaal derdenbeslag. De rechtbank heeft eerst het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat zij oordeelde dat verweerder geen bestuursorgaan was. Opposant stelde hiertegen verzet in.
De rechtbank herroept haar eerdere oordeel en stelt dat de gerechtsdeurwaarder wel een bestuursorgaan is voor zover hij ambtshandelingen verricht, waaronder executoriaal derdenbeslag. Dit volgt uit de wettelijke bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder om de rechtspositie van anderen eenzijdig te bepalen en uit parlementaire geschiedenis en jurisprudentie.
Vervolgens oordeelt de rechtbank dat verweerder tijdig, namelijk op 2 februari 2015, een besluit heeft genomen op het Wob-verzoek van 7 januari 2015. Dat niet alle vragen zijn beantwoord, doet daar niet aan af; dat kan onderwerp zijn van bezwaar of beroep tegen dat besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst erop dat de rechtmatigheid van het onderliggende beslag niet in deze bestuursrechtelijke procedure kan worden beoordeeld, maar in een civiele procedure aan de orde moet komen. Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere buiten-zittinguitspraak vervalt en het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk omdat verweerder tijdig heeft beslist.