ECLI:NL:RBMNE:2015:9660
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid ziekenhuis voor val op werkvloer door onduidelijke toedracht
Op 23 juli 2010 is verzoekster tijdens haar werkzaamheden bij het ziekenhuis uitgegleden en gevallen bij de balie van de polikliniek orthopedie, waarbij zij letsel heeft opgelopen. Verzoekster stelt het ziekenhuis aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro wegens schending van de zorgplicht, alsmede op grond van artikel 6:174 BW Pro (gebrekkige opstal) en artikel 6:162 BW Pro (onrechtmatige daad).
De kantonrechter stelt vast dat het ziekenhuis in beginsel aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 lid 2 BW Pro, tenzij het kan aantonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. De exacte toedracht van de val is echter onduidelijk en niet vastgesteld in de procedure. Verzoekster stelt dat een lekkage in het plafond leidde tot water op de vloer, maar dit is door het ziekenhuis betwist en niet bewezen.
Omdat de toedracht niet vaststaat, kan niet worden beoordeeld of het ziekenhuis haar zorgplicht heeft geschonden. Ook de vorderingen op grond van artikel 6:174 en Pro 6:162 BW worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van een gebrekkige opstal of onrechtmatig handelen. De kantonrechter wijst het verzoek daarom af.
Ten aanzien van de kosten van het deelgeschil wordt het door verzoekster opgevoerde bedrag van € 3.800,- inclusief btw begroot als redelijke kosten, vermeerderd met het griffierecht van € 78,-. Omdat aansprakelijkheid niet is vastgesteld, wordt geen veroordeling tot betaling van deze kosten uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot aansprakelijkheid van het ziekenhuis wordt afgewezen vanwege onduidelijke toedracht en onvoldoende bewijs.