De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 december 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 66-jarige man uit Soest, verdachte van gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 januari 2014. De verdachte was de exploitatiemaatschappij binnen een constructie van obligatiefondsen die beleggers via valse voorwendselen geld lieten investeren in Duits vastgoed. De rechtbank acht bewezen dat verdachte ruim €2,5 miljoen aan geldbedragen en vastgoed heeft witgewassen.
Het bewijs berustte op de analyse van de structuur van de obligatiefondsen, de geldstromen via stichtingen en bankrekeningen, en het feit dat het vastgoed met misdrijf verkregen gelden is aangekocht. De rechtbank sprak verdachte vrij van witwassen van vastgoed dat niet in zijn eigendom was. De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was van de oplichting en gewoontewitwassen.
Hoewel het bewezen feit strafbaar is en verdachte strafbaar is, legde de rechtbank geen straf of maatregel op vanwege het faillissement van de verdachte rechtspersoon. Dit om te voorkomen dat een boete ten koste zou gaan van de boedel en daarmee de belangen van gedupeerde beleggers zou schaden. De rechtbank volgde hiermee de eis van de officier van justitie en sprak verdachte schuldig zonder strafoplegging.