Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling van het verzoek
904,00(2 punten x tarief € 452,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeksters, drie besloten vennootschappen, verzochten de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen in verband met een voorgenomen procedure over twee koop-/aannemingsovereenkomsten uit 2009. Eemland Wonen verweerde zich primair met een beroep op een arbitragebeding dat de gehele rechtsverhouding tussen partijen beheerst, en stelde dat de rechtbank zich daardoor onbevoegd moest verklaren.
De rechtbank overwoog dat het arbitragebeding inderdaad van toepassing is en dat er al een procedure bij de Raad van Arbitrage (RvA) loopt, waarbij arbiters reeds zijn benoemd en getuigen kunnen worden gehoord. De rechtbank achtte het onwaarschijnlijk dat het voorlopig getuigenverhoor niet tijdig in arbitrage kan worden verkregen.
Ook werd meegewogen dat een voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank vanwege werkvoorraad pas na ongeveer drie maanden kan plaatsvinden, terwijl verzoeksters vroegen om een spoedige zitting. Bovendien zou het verhoor van elf getuigen meerdere dagen in beslag nemen. De rechtbank concludeerde dat zij zich op grond van artikel 1022 en Pro 1022c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het verzoek.
Verzoeksters werden veroordeeld in de proceskosten van Eemland Wonen, begroot op €1.517. De beschikking werd gegeven door mr. L.C. Heuveling van Beek en op 30 september 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en veroordeelt verzoeksters in de proceskosten.