ECLI:NL:RBMNE:2015:6648
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding bestuurder zorginstelling in faillissementsprocedure
De zaak betreft een renvooiprocedure in het faillissement van een zorginstelling waarbij de bestuurder een preferente vordering tot betaling van een ontslagvergoeding van €189.804,-- bruto heeft ingediend. De arbeidsovereenkomst was vóór het faillissement opgezegd en de vergoeding was overeengekomen in een vaststellingsovereenkomst.
De curator stelde de vaststellingsovereenkomst buitengerechtelijk te hebben vernietigd op grond van de faillissementspauliana en strijd met de goede zeden en openbare orde, verwijzend naar de financiële situatie van de instelling en het vermeende onbehoorlijk bestuur door de bestuurder. De rechtbank oordeelde dat de toekenning van de vergoeding berustte op een contractuele verplichting en dus geen onverplichte rechtshandeling was, waardoor het beroep op faillissementspauliana faalde.
Ook het beroep op strijd met goede zeden en openbare orde werd verworpen omdat de vergoeding op het moment van overeenstemming niet onzedelijk was en er geen aanwijzingen waren voor onoorbare motieven. Het beroep van de curator op verrekening met een tegenvordering werd als prematuur beschouwd.
De rechtbank erkende de preferente vordering van de bestuurder en veroordeelde de curator in de proceskosten. De vordering tot betaling kon in deze procedure niet worden toegewezen, omdat de renvooiprocedure slechts tot verificatie van de vordering dient.
Deze uitspraak bevestigt dat een contractueel overeengekomen ontslagvergoeding ook in faillissementssituaties als preferent kan worden erkend, mits geen sprake is van onverplichte rechtshandelingen of onzedelijke afspraken.
Uitkomst: De rechtbank erkent de preferente vordering van de bestuurder tot ontslagvergoeding en wijst het beroep van de curator op vernietiging af.