Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2015 in de zaak tussen
[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Namens verweerder is verschenen gemachtigde mr. Verkerk en [K].
Namens MVC zijn verschenen voorzitter [G] en bestuurslid [H], bijgestaan door mr. Schnitker. Voorts is verschenen [J].
Overwegingen
31 oktober 2013 heeft deze rechtbank dat besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen (ECLI:NL:RBMNE:2013:5424). De rechtbank heeft daarbij bepaald dat de voorbereiding van het nieuw te nemen besluit niet opnieuw met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb hoeft plaats te vinden.
’s avonds net het maximaal toelaatbare geluidsniveau tot gevolg. Gezien de gestelde geluidsgrenswaarden heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het geprognosticeerde niveau voldoet, maar dat wel een eenmalig onderzoek nodig is om te toetsen of de praktijk overeenkomt met de aangevraagde geluidruimte. Daarbij komt nog dat er een nadere voorwaarde in het kader van het beperken van overlast is gesteld, namelijk dat de vlieghoogte buiten het modelvliegterrein tenminste 20 meter bedraagt. De beroepsgrond slaagt niet.
Nu dit voor eiseres belangrijkste aspect in de belangenafweging niet is meegewogen, is er in zoverre een gebrek in de besluitvorming van verweerder. De rechtbank overweegt dat verweerder dit ten tijde van de besluitvorming niet had kunnen voorzien nu dit cruciale aspect specifiek pas ter zitting duidelijk naar voren is gekomen. Aangezien geconstateerd moet worden dat er wel een gebrek is, betekent dit dat het bestreden besluit om die reden moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:4 en Pro artikel 3:46 van Pro de Awb.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 28 juli 2014;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 381,- aan haar vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 3.675,97.
16 april 2015.
uitspraak mede te ondertekenen)