De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 30 juli 2014 het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van een terbeschikkinggestelde die verbleef in FPC Oldenkotte. Tijdens de zitting werden de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en diens raadsvrouwe gehoord, evenals deskundigen van de inrichting en reclassering.
De reclassering stelde dat de klinische behandeling was afgerond en dat begeleiding vanuit de reclassering noodzakelijk blijft, met voorwaarden zoals psychotherapeutische ondersteuning en forensisch psychiatrisch toezicht voor crisissituaties. De inrichting bevestigde een laag recidiverisico en benadrukte het belang van samenwerking tussen terbeschikkinggestelde en reclassering.
De officier van justitie stemde in met beëindiging onder de voorwaarden van de reclassering, behalve de psychotherapeutische ondersteuning. De verdediging verzocht primair om beëindiging onder algemene voorwaarden en subsidiair om het opleggen van de geadviseerde voorwaarden, met uitzondering van niet-delictgerelateerde standaardvoorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd onder een deel van de voorwaarden, waaronder toezicht op praktische leefgebieden en begeleiding. De rechtbank kan voorwaarden wijzigen indien nodig. De beslissing werd genomen op basis van artikel 38g van het Wetboek van Strafrecht en omvat voorwaarden zoals reclasseringsbegeleiding, huisvesting in de regio Utrecht, dagbesteding, financiën en forensisch psychiatrisch toezicht.