ECLI:NL:RBMNE:2013:CA1762
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot afpersing ondanks bedreigingen
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot afpersing door middel van bedreigingen aan het adres van benadeelde en diens vader.
De tenlastelegging betrof het met geweld en bedreiging dwingen van benadeelde tot afgifte van een geldbedrag, met diverse concrete bedreigingen en intimidaties via telefoongesprekken en sms-berichten in de periode december 2012 tot januari 2013.
Tijdens de terechtzitting op 22 april 2013 heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld, waaronder verklaringen van benadeelde, telefoongesprekken en sms-berichten. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte bij de poging tot afpersing.
De rechtbank achtte niet bewezen dat verdachte betrokken was bij de bedreigingen en sprak hem daarom vrij. De vordering tot schadevergoeding van benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij poging tot afpersing.