ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1391
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering dwangsommen en buiten behandeling stellen handhavingsverzoek
Eiser diende een verzoek om handhaving in bij verweerder, dat buiten behandeling werd gesteld wegens het ontbreken van een machtiging van de gemachtigde van eiser. Verweerder beriep zich op een termijn van zes maanden voor besluitvorming, terwijl de wettelijke beslistermijn acht weken bedraagt. De rechtbank oordeelde dat verweerder na het verstrijken van deze termijn niet bevoegd was het verzoek buiten behandeling te stellen en inhoudelijk had moeten beslissen.
Daarnaast weigerde verweerder dwangsommen uit te keren omdat de gemachtigde geen machtiging had overgelegd en daarom niet als belanghebbende kon worden beschouwd. De rechtbank stelde vast dat eiser zelf aanvrager en belanghebbende is en verweerder daarom niet mocht weigeren de dwangsommen uit te keren. De brieven van de gemachtigde konden echter niet als ingebrekestellingen worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een machtiging.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De inhoudelijke beoordeling van het handhavingsverzoek blijft voor verweerder, zonder toepassing van een bestuurlijke lus.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder en beveelt binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.