ECLI:NL:RBMID:2012:BW8716
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering asbestschade wegens verjaring na overlijden oud-werknemer
SVB vordert namens de erven van een oud-werknemer schadevergoeding wegens overlijden aan mesothelioom, veroorzaakt door asbestblootstelling tijdens het dienstverband bij De Schelde, dat in 1962 eindigde. De werkgever beroept zich op absolute verjaring van dertig jaren ex art. 3:310 lid 2 BW Pro. De rechtbank gaat uit van een verjaring die in 1992 is voltooid, ruim vóór de diagnose in 2007.
De discussie spitst zich toe op de vraag of de verjaring doorbroken kan worden op grond van redelijkheid en billijkheid, met name gezichtspunt c) uit het arrest Van Hese-De Schelde. De rechtbank oordeelt dat een hogere mate van verwijtbaarheid vereist is om verjaring te doorbreken dan voor aansprakelijkheid. SVB heeft onvoldoende gesteld over de intensiteit en duur van de blootstelling en de maatregelen die De Schelde destijds heeft genomen.
De rechtbank stelt vast dat de oud-werknemer slechts incidenteel en niet intensief aan asbest is blootgesteld, en dat De Schelde niet tekort is geschoten in haar zorgplicht ten aanzien van het destijds bekende gevaar van asbestose. Voor het latere bekende gevaar van mesothelioom was De Schelde tijdens het dienstverband niet aansprakelijk. Gezien de belangen van rechtszekerheid en het ontbreken van ernstige verwijtbaarheid, is het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt SVB in de proceskosten. De beslissing is genomen door kantonrechter M.J.M. Klarenbeek en uitgesproken op 4 juni 2012.
Uitkomst: De vordering van SVB wordt afgewezen wegens verjaring, en SVB wordt veroordeeld in de proceskosten.