ECLI:NL:RBMID:2011:BU5576
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde met toekenning schadevergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een woning te [woonplaats], maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2009. Na een eerdere terugwijzing door de rechtbank voor inpandige opname van de woning, werd de waarde uiteindelijk vastgesteld op €115.000. Belanghebbende vorderde daarnaast een materiële en immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht de toestandsdatum van 1 januari 2009 hanteerde, omdat belanghebbende op die datum eigenaar was van het perceel van 109 m². De waarde van de woning werd vastgesteld aan de hand van vergelijkbare objecten en de inpandige opname. De rechtbank vond de vastgestelde waarde niet te hoog en verklaarde het beroep ongegrond.
Met betrekking tot de schadevergoeding stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden met zes maanden. Deze overschrijding was toe te rekenen aan de heffingsambtenaar, mede doordat de zaak na terugwijzing opnieuw behandeld moest worden. De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding van €500 toe. Een materiële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De uitspraak werd gedaan op 8 november 2011 en in het openbaar uitgesproken. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde is ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.