ECLI:NL:RBMID:2004:AR8440
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Uitleg baatbelasting in algemene voorwaarden huurcontract na opvolging verhuurder
De gemeente Vlissingen heft sinds 1993 baatbelasting vanwege herinrichting en overkapping van een winkelgebied. De huurder huurde sinds 1997 een winkelruimte van het ABP, waarna [eisende partij] als opvolgend verhuurder de baatbelasting aan de huurder doorberekende. De huurder betwistte deze doorberekening.
De kern van het geschil betrof de uitleg van een bepaling in de algemene voorwaarden bij het huurcontract, waarin staat dat alle kosten van het gehuurde, met uitzondering van grond- en polderlasten en het aan eigenaar in rekening te brengen gedeelte van de onroerend goedbelasting, voor rekening van de huurder zijn. De vraag was of de baatbelasting hieronder viel.
De rechtbank paste de CAO-norm toe voor uitleg, omdat de verhuurder niet bij het contract betrokken was en het om algemene voorwaarden ging. De rechtbank verwierp de strikt taalkundige uitleg van de verhuurder en oordeelde dat baatbelasting een typische eigenarenbelasting is die voor rekening van de verhuurder blijft. De stelling dat baatbelasting contractueel op de huurder kan worden verhaald, deed hieraan niet af. De vordering van de verhuurder werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de baatbelasting door de huurder wordt afgewezen; de baatbelasting blijft voor rekening van de verhuurder.