ECLI:NL:RBMAA:2001:AB0754
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig demonstratieverbod wegens onvoldoende onderbouwing vrees wanordelijkheden
Verzoeker kondigde een demonstratie aan voor 24 maart 2001 in Kerkrade, welke door de burgemeester werd verboden vanwege vrees voor wanordelijkheden en onvoldoende politiecapaciteit. Verzoeker stelde bezwaar in en vroeg om een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelde dat het demonstratierecht een grondrecht is dat slechts in dwingende situaties mag worden beperkt.
De burgemeester baseerde het verbod hoofdzakelijk op de vrees voor wanordelijkheden door aangekondigde tegendemonstraties en eerdere incidenten waarbij een medeorganisator betrokken was. Deze vrees was echter onvoldoende onderbouwd; de benodigde politie-inzet werd niet aannemelijk gemaakt en het ontbreken van lichtere maatregelen werd niet toegelicht.
De rechtbank concludeerde dat het verbod in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht en dat het belang van verzoeker bij het uitoefenen van zijn grondrecht prevaleerde. Daarom werd het verbod geschorst en de gemeente Kerkrade veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het demonstratieverbod is geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van de vrees voor wanordelijkheden en het ontbreken van lichtere maatregelen.