Eiseres parkeerde haar fiets buiten de daarvoor bestemde parkeervoorzieningen in de Alexander Battalaan te Maastricht, in strijd met artikel 4.12, eerste lid van de Verordening fysieke leefomgeving Maastricht. Het college legde een last onder bestuursdwang op en gaf een begunstigingstermijn van vijftien minuten om de fiets te verwijderen. Nadat eiseres hieraan geen gehoor gaf, werd de fiets verwijderd en opgeslagen.
Eiseres voerde aan dat de begunstigingstermijn onredelijk kort was, dat sprake was van spoedeisende bestuursdwang zonder dat het college dit had aangetoond, en dat het toepassen van bestuursdwang onevenredig was omdat de fiets geen overlast veroorzaakte en de parkeervoorzieningen onvoldoende waren. De rechtbank oordeelde dat de termijn van vijftien minuten een redelijke termijn is om de overtreding te herstellen en dat er geen sprake was van spoedeisende bestuursdwang.
Verder stelde de rechtbank vast dat het college bevoegd was tot handhaving en dat het besluit niet onevenredig was. Het ontbreken van markeringen rondom de parkeervoorziening deed hieraan niet af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de rechtmatigheid van het besluit en wees de proceskostenveroordeling af.