Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de producties 1 t/m 5 van De Goudse
- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026 ter gelegenheid waarvan aan de zijde van [eisende partij] en aan de zijde van De Goudse spreekaantekeningen zijn overgelegd.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
ECLI:NL:HR:1998:ZC2798). De ratio van de deformaliseringstendens die hieraan ten grondslag ligt, is dat fouten en vergissingen niet tot fatale gevolgen behoren te leiden als de wederpartij door het herstel hiervan niet onredelijk in haar belangen wordt geschaad. Voorts dient zoveel mogelijk te worden beslist tussen de werkelijk belanghebbende partijen bij de rechtsbetrekking in een geschil (
ECLI:NL:HR:2013:1881). Voorwaarde is steeds dat sprake is van een vergissing en dat de wederpartij heeft begrepen of redelijkerwijs heeft moeten begrijpen ten verzoeke van wie de dagvaarding is uitgebracht (
ECLI:NL:HR:2009:BI4198). Het herstel dient er steeds toe om te voorkomen dat er een uitspraak wordt gedaan die is gesteld op naam van een verkeerde (rechts)persoon. Herstel van een onjuiste of onvolledige naamsvermelding kan ook plaatsvinden door middel van een verzoek tot wijziging van de naamsaanduiding na aanbrengen van de zaak (vgl. ECLI:NL:HR:2013:1881). De rechtbank stelt in dat kader vast dat dit verzoek tot rectificatie reeds onmiddellijk na ontdekking van de vergissing is ingediend en daarmee tijdig is gedaan. Aangezien de juiste partij, Goudse Schadeverzekeringen NV, reeds in de procedure is verschenen, is het uitbrengen van een herstelexploot overbodig en volstaat de rectificatie van de partijnaam (vgl. ECLI:NL:HR:2013:13991). De voorzieningenrechter zal het verzoek tot rectificatie toestaan in die zin dat de dagvaarding wordt geacht te zijn uitgebracht aan Goudse Schadeverzekeringen NV.