Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant] ,
[X] HOLDING B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vorderden appellant en diens holding betaling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering van Generali Schadeverzekering. De voorzieningenrechter wees deze vordering af omdat onvoldoende aannemelijk was dat appellant recht had op de uitkering, mede vanwege twijfel over de mate van arbeidsongeschiktheid en de uitvoering van werkzaamheden door derden.
Appellanten kwamen in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof stelde vast dat appellant sinds 2009 arbeidsongeschikt was gemeld en dat Generali de uitkering in 2013 had opgeschort na onderzoek en observaties die vraagtekens plaatsten bij de opgegeven klachten. De jaarstukken en verklaringen over werkzaamheden door derden waren volgens het hof onvoldoende concreet en overtuigend.
Het hof oordeelde dat het bestaan en de omvang van de vordering niet voldoende aannemelijk waren om in kort geding toe te wijzen. De grieven van appellanten faalden, en het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. Tevens werden appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering tot betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in kort geding afwijst.