ECLI:NL:RBLIM:2026:447

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
ROE 22/2594
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 BWArt. 3:15 BWArt. 6 EVRMArt. 8:29 AwbArt. 15 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij AVG-verzoek inzake e-mailwisseling

Eiser heeft bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken een AVG-verzoek ingediend om inzage te verkrijgen in een e-mailwisseling van 28 januari 2014 tussen het ministerie en de gemeente Nederweert. Dit verzoek werd deels afgewezen om de rechten en vrijheden van anderen te beschermen en vanwege lopende gerechtelijke procedures. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.

De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser misbruik van recht maakt door het AVG-verzoek te gebruiken om een oud ontslaggeschil met de gemeente Nederweert voort te zetten. Eiser wilde met het verzoek onder meer bewijzen dat de minister de Tweede Kamer onjuist had geïnformeerd en dat de gemeente Nederweert onrechtmatig had gehandeld, wat volgens de rechtbank niet het doel van de AVG is.

De rechtbank wees het verzoek om een getuige te horen af, omdat dit niet relevant was voor de beoordeling van het misbruik van recht. Ook wees zij het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat bij misbruik van recht geen recht op vergoeding bestaat.

Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak benadrukt dat het herhaaldelijk aanhangig maken van procedures over hetzelfde onderwerp zonder redelijk doel een onevenredige belasting van de rechtspraak vormt.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 22/2594

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026

in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister

(gemachtigden: mr. A. Aydogdu en mr. van Namen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
het College van B&W gemeente Nederweertuit Nederweert, de gemeente Nederweert
(gemachtigde: mr. S.M. Schipper).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om inzage van een e-mailwisseling tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (het ministerie) en de gemeente Nederweert op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De minister heeft dit verzoek gedeeltelijk afgewezen ter waarborging van de rechten en vrijheden van anderen [1] en de bescherming van gerechtelijke procedures [2] . Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek om inzage. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat in de gegeven omstandigheden misbruik van recht moet worden aangenomen. Het beroep is dus niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij e-mail van 25 maart 2022 heeft eiser bij het ministerie verzocht [3] om inzage in zijn persoonsgegevens, meer in het bijzonder om inzage in de verwerkte persoonsgegevens in de e-mailwisseling van 28 januari 2014 tussen de gemeente Nederweert en het ministerie. Daarnaast heeft eiser het volgende gevraagd:
- wat het doel is van het gebruik van zijn gegevens;
- aan wie het ministerie de gegevens heeft verstrekt en wanneer dat is gebeurd;
- wat de herkomst is van de gegevens als deze bekend is;
- hoe lang het ministerie de gegevens naar verwachting opslaat.
2.1.
Met het besluit van 3 juni 2022 (het primaire besluit) heeft de minister eisers verzoek om inzage te verkrijgen van zijn persoonsgegevens op basis van de AVG over de hiervoor genoemde e-mailwisseling van 28 januari 2014 afgewezen ter waarborging van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen [4] .
2.2.
Met het besluit van 18 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit deels gegrond verklaard, omdat de door eiser verzochte informatie alsnog wordt verstrekt. De naam van verzoeker wordt genoemd in het onderwerp van de e-mailwisseling en in de e-mailtekst. Volgens de minister bevat de e-mailtekst persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren. Dit zijn naar de mening van de minister geen persoonsgegevens en worden daarom niet verstrekt mede gelet op de uitzonderingsgronden van de AVG en de UAVG [5] én gelet op een lopende Woo [6] -procedure. In het kader daarvan beroept de minister zich ook op de uitzonderingsgrond ter waarborging van de bescherming van gerechtelijke procedures [7] .
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De minister heeft de stukken, waar het AVG-verzoek betrekking op heeft en een zienswijze, aan de rechtbank toegestuurd met een beroep op beperkte kennisneming op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.5.
In een beslissing van 11 december 2023 en 13 mei 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat de door de minister verzochte geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van Pro de Awb ten aanzien van de hiervoor genoemde documenten, gerechtvaardigd is.
2.6.
De minister heeft de rechtbank vervolgens bij e-mail van 12 mei 2025 verzocht om beperking van de kennisneming van de eerder ingediende op de zaak betrekking hebbende stukken met nummers 4 tot en met 27 en 29 (te weten het bezwaarschrift en de aanvullingen daarop met bijlagen). Dit betreffen onder meer de door eiser ingediende bezwaarschriften.
2.7.
In een beslissing van 14 mei 2025 heeft de rechtbank dit verzoek afgewezen.
2.8.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van de minister, de gemachtigde van de gemeente Nederweert en [naam vertegenwoordiger] (vertegenwoordiger van de gemeente Nederweert).
2.9.
De rechtbank heeft het onderzoek op zitting aangehouden en eiser in de gelegenheid gesteld aan te geven of de bezwaarschriften en de aanvullingen daarop met bijlagen kunnen worden meegenomen in de beoordeling van de rechtbank.
2.10.
Eiser heeft in zijn brief van 19 mei 2025 aangegeven dat hij niet wil dat de gemeente Nederweert kennis neemt van zijn bezwaren (met bijlagen) tegen de afwijzing van het AVG-verzoek, omdat hij bang is dat deze gemeente zal overgaan tot het verbeuren van dwangsommen in verband met een aan hem opgelegd verbod op negatieve uitlatingen.
2.11.
De minister heeft op 5 juni 2025 een nieuw verzoek tot beperking van de kennisneming ingediend ten aanzien van de hiervoor onder rechtsoverweging 2.6 vermelde stukken.
2.12.
De rechtbank heeft dit verzoek op 26 juni 2025 nog eens afgewezen. De rechtbank heeft daarop de betreffende stukken uit het dossier gehaald en retour naar de minister gestuurd.
2.13.
Op 24 september 2025 heeft een nadere zitting plaatsgevonden. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van de gemeente Nederweert en [naam vertegenwoordiger] voornoemd. De minister is met voorafgaande kennisgeving niet op de zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Relevante feiten en omstandigheden
3. Eiser is na een lang dienstverband met ingang van 1 november 2010 eervol ontslagen door de gemeente Nederweert. Dit ontslag is met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 augustus 2012 [8] onherroepelijk geworden. Eiser heeft zich niet kunnen neerleggen bij dit ontslag. Zo heeft eiser onder andere bij brief van 27 augustus 2013 de minister benaderd over (kort gezegd) integriteitsschendingen bij de gemeente Nederweert. Op 2 september 2013 heeft eiser de Vaste commissie van de Tweede Kamer voor Binnenlandse Zaken op de hoogte gebracht van voornoemde brief van 27 augustus 2013 aan de minister. Deze kamercommissie heeft later vanwege het uitblijven van een reactie de minister verzocht te reageren op de brieven van eiser. Met de brief van 5 februari 2014 heeft de minister zijn reactie aan de Vaste commissie van de Tweede Kamer voor Binnenlandse Zaken gegeven. Voordat de minister deze brief heeft opgesteld, heeft het ministerie over deze kwestie contact gehad met de gemeente Nederweert. Deze afstemming met de gemeente Nederweert over de door eiser aangekaarte misstanden / integriteitsschendingen bij de gemeente heeft plaatsgevonden via een e-mailwisseling op 28 januari 2014.
3.1.
Eiser is het niet eens met de inhoud van de hiervoor genoemde brief van de minister van 5 februari 2014. Volgens eiser is de inhoud van de brief fout. Eiser meent dat het niet anders kan dan dat de e-mailwisseling tussen de gemeente en het ministerie van 28 januari 2014, van grote invloed is geweest op de inhoud van de brief van 5 februari 2014. Volgens eiser heeft de minister hierdoor de Tweede Kamer onvolledig en onjuist geïnformeerd.
3.2.
Eiser heeft een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob en die op 1 mei 2022 is vervangen door de Woo) ingediend bij de minister over de voorbereiding van de brief van 5 februari 2024 van de minister aan de Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer. De minister heeft een zevental documenten deels openbaar gemaakt met uitzondering van de persoonsgegevens in die documenten en de hiervoor genoemde e-mailwisseling van 28 januari 2014 integraal geweigerd. Eiser heeft tegen deze weigering beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer ROE 22/1458, waarin ook vandaag uitspraak wordt gedaan.
3.3.
Daarnaast heeft eiser bij het ministerie het huidige AVG-verzoek ingediend, waarin hij de persoonsgegevens in de e-mailwisseling van 28 januari 2014 opvraagt, die in het kader van de Woo zijn geweigerd.
Standpunt van eiser
4. Eiser voert onder meer in beroep aan dat hij vermoedt dat de geweigerde e-mailwisseling van 28 januari 2014 van bepalende invloed is geweest op de kamerbrief van de minister van 5 februari 2014 aan de Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer. De inhoud van deze kamerbrief is volgens eiser onwaar. Daardoor heeft de minister in strijd gehandeld met zijn wettelijke en politieke plicht de Tweede Kamer juist en volledig te informeren. Eiser heeft verder aangevoerd dat zijn AVG-verzoek moet worden bezien tegen de achtergrond van het feit dat de gemeente Nederweert aan de gemeenteraad in een vertrouwelijke brief van 15 september 2009 onjuiste en onvolledige informatie heeft gegeven over zijn functioneren, personeelszorg en pesten en dat zijn klachten en meldingen na het voornemen van zijn ontslag op 21 juli 2009 door de gemeente Nederweert procedureel en inhoudelijk nooit correct zijn behandeld. Eiser stelt dat zijn klachten en meldingen door het team Personeel & Kabinet is behandeld. Eiser is er van overtuigd dat een bepaalde medewerker van dit team de beleidsopvattingen in de e-mailwisseling van 28 januari 2014 naar voren heeft gebracht. Volgens eiser staat het team Personeel & Kabinet niet objectief tegenover hem. Anders dan in de kamerbrief van de minister staat vermeld, heeft de gemeenteraad volgens eiser zijn brieven, klachten en meldingen over de burgemeester inhoudelijk in maart 2010 nooit behandeld. Eiser stelt dat hij dit heeft aangetoond met een overgelegde brief van 26 maart 2013 van de gemeenteraad aan hem, waarin is vermeld dat de gemeenteraad afziet van een inhoudelijke behandeling van zijn klachten. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij ook een Woo-zaak heeft lopen bij de rechtbank over de e-mailwisseling van 28 januari 2014, maar dat dit juridisch geschil een ander toetsingskader heeft. Eiser meent dat de medewerker in kwestie in de geweigerde e-mailwisseling persoonsgegevens van hem heeft verwerkt. Door de weigering in het bestreden besluit is eiser van mening dat hij daardoor niet in staat is, vast te stellen wat aan persoonsgegevens van hem is verwerkt, door wie dat is gedaan en of dat rechtmatig is gebeurd. Pas als hij de e-mailwisseling kent, kan hij zijn overige rechten onder de AVG, waaronder het recht op rectificatie of verwijdering, effectief uitoefenen, aldus eiser.
Misbruik van recht
5. De rechtbank zal eerst ambtshalve beoordelen of het beroep van eiser ontvankelijk is. Een beroep is onder meer niet-ontvankelijk als er sprake is van misbruik van recht.
5.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) [9] kan op grond van artikel 3:13, gelezen in verbinding met artikel 3:15 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich in deze zaak voordoet. Zoals hiervoor al is vermeld, kan misbruik van recht zich voordoen indien een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven. Het doel van het AVG-verzoek kan daarom relevant zijn om te beoordelen of misbruik van recht heeft plaatsgevonden.
5.3.
De rechtbank stelt vast dat eiser weliswaar in beroep heeft aangevoerd dat hij wil weten welke persoonsgegevens van hem rechtmatig zijn verwerkt in de e-mailwisseling tussen de gemeente Nederweert en het ministerie van 28 januari 2014, maar eisers beroepsgronden zijn niet of nauwelijks gericht tegen de motivering van het bestreden besluit. Zo is eiser niet inhoudelijk ingegaan op de door de minister toegepaste uitzonderingen op (in dit geval) zijn inzagerecht [10] .
5.4.
Eiser heeft echter aangevoerd dat hij de beschikking wil krijgen over de vertrouwelijke mailwisseling van 28 januari 2014, zodat hij kan bewijzen in een civiele procedure bij het gerechtshof in Den Bosch tegen een aan hem opgelegd contactverbod dat de gemeente Nederweert de minister respectievelijk de Tweede Kamer van onjuiste informatie heeft voorzien en dat hij daarmee “het oneigenlijk en onrechtmatig karakter” van dit contactverbod kan aantonen [11] .
5.5.
De reden waarom eiser alle persoonsgegevens in de e-mailwisseling in kwestie wil hebben voor de civiele procedure bij het gerechtshof over het communicatieverbod is de rechtbank volstrekt onduidelijk. De rechtbank ziet ook niet in dat het feit dat de minister de kamer onjuist heeft voorgelicht, zoals eiser stelt, iets te maken kan hebben met de procedure bij het gerechtshof. Dat de Tweede Kamer volgens eiser niet goed is voorgelicht en de inhoud van de kamerbrief van de minister niet klopt, kan hij gewoon aantonen. Daar heeft hij de betreffende e-mailwisseling niet voor nodig. Bovendien is het aantonen dat wat de minister in zijn brief van 5 februari 2024 heeft geschreven volgens hem niet juist is een ander doel dan waarvoor de AVG is bedoeld, namelijk het nagaan of (in dit geval) eisers persoonsgegevens rechtmatig zijn verwerkt.
5.6.
Eiser heeft verder opgemerkt dat in de kamerbrief van de minister van 5 februari 2014 geen enkele informatie is vermeld over het door de gemeente Nederweert tijdens zijn dienstverband niet nakomen van de zorgplicht en het onthouden van een door de secretaris in de brief van 29 januari 2009 toegezegde externe vertrouwenspersoon. Hieruit volgt volgens eiser dat de minister ook onvolledig informatie heeft gegeven aan de Vaste Kamercommissie [12] .
5.7.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond ook niet het doel heeft om de door de minister verwerkte persoonsgegevens te controleren, maar om aan te geven dat de inhoud van de kamerbrief niet juist is en daarbij te betrekken wat de gemeente Nederweert allemaal verkeerd heeft gedaan voorafgaand aan zijn ontslag. Het moet in deze AVG-zaak juist gaan over zijn persoonsgegevens, die verwerkt zijn in de e-mailwisseling van 28 januari 2014, terwijl eiser met deze beroepsgrond een heel ander doel voor ogen heeft.
5.8.
Verder heeft eiser in zijn correspondentie naar de rechtbank – en op de nadere zitting van 24 september 2025 – aangegeven dat hij nog steeds openstaat voor “een pragmatische oplossing in deze procedure” [13] en dat hij bereid is tot mediation en overleg met de gemeente Nederweert, die hier niet toe overgaat [14] . Verder wil eiser [naam vertegenwoordiger] vernoemd horen als getuige [15] . Volgens eiser is [naam vertegenwoordiger] op de hoogte van de mail. Verder meent eiser dat de gemeente Nederweert vanaf 2009 nooit serieus mediation heeft beproefd. Door die houding hebben gerechtelijke instanties vele duizenden uren gestoken in de behandeling en afhandeling van door eiser gestarte procedures. Deze procedures was hij nooit gestart, indien de gemeente Nederweert met hem de dialoog was aangegaan en hem had geholpen naar het zoeken naar een baan elders, aldus eiser [16] . Eiser stelt tot slot voor om hem de e-mailwisseling van 28 januari 2014 eenmalig te laten lezen en in het geval hij de mail waarheidsgetrouw vindt, zal hij zijn beroep intrekken [17] .
5.9.
Ook deze beroepsgrond van eiser slaagt niet. De rechtbank kan het voorgaande niet anders zien dan dat eiser deze procedure gebruikt als een ingang naar de gemeente Nederweert om zijn ontslag van vroeger weer ter sprake te brengen, dat eiser wil aantonen dat de gemeente Nederweert ten opzichte van hem in het verleden verkeerd heeft gehandeld, dat de gemeente Nederweert eiser niet serieus heeft genomen en hem heeft tegengewerkt, dat eiser een gesprek wil met de gemeente Nederweert en/of mediation en dat hij een gemeenteambtenaar (zijn oud-leidinggevende en ook de vertegenwoordiger van de gemeente Nederweert in deze zaak) wil horen als getuige, terwijl de gemeente Nederweert niet eens de verwerende partij is in deze zaak. De rechtbank kan dan ook niet anders concluderen dan dat deze beroepsprocedure feitelijk tot doel heeft eisers conflict met de gemeente Nederweert voort te zetten.
5.10.
Bij uitspraken van 15 oktober 2018 [18] , 14 februari 2019 [19] en 20 augustus 2024 [20] heeft de rechtbank geoordeeld dat eiser misbruik maakt van (proces)recht. Daartoe is overwogen dat eiser al gedurende vele jaren stelselmatig procedures aanhangig maakt die, ondanks wisselende aanleidingen, steeds zijn ontslag betreffen of alle andere zaken die zich daaromheen hebben afgespeeld. De rechtbank is van oordeel dat eiser dit procesgedrag nog steeds vertoont. Eiser weet, althans behoort te begrijpen, dat aan de rechtsgevolgen van het ontslag en alles wat zich verder in dat kader heeft afgespeeld geen wijziging meer kan worden aangebracht, zodat het instellen van deze procedures een redelijk en rechtens te honoreren doel ontbeert. Het telkens opnieuw indienen van verzoeken op grond van de AVG of de Wob/Woo bij de gemeente Nederweert of andere bestuursorganen, zoals in dit geval de minister, en waarbij het verleden van eiser met de gemeente Nederweert weer wordt opgerakeld, levert niet alleen handelen te kwader trouw op, maar vormt ook een onevenredige en onaanvaardbare belasting van de rechtspraak. Dit oordeel geldt ook voor het onderhavige beroep.
5.11.
Dat de minister niet heeft geconstateerd dat sprake is van misbruik van recht acht de rechtbank op zichzelf niet vreemd, omdat eiser bij de minister voor het eerst een AVG-verzoek heeft gedaan.
5.12.
Gelet op alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval sprake is van zwaarwegende gronden als bedoeld in rechtsoverweging 5.1. Eiser heeft misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid tot het instellen van beroep [21] . Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Afwijzing verzoek om een getuige te horen
6. Eiser heeft de rechtbank verzocht om [naam vertegenwoordiger] (vertegenwoordiger van de gemeente Nederweert en voorheen leidinggevende van eiser) verzocht te horen als getuige. Hiertoe heeft eiser aangevoerd dat [naam vertegenwoordiger] volgens hem op de hoogte moet zijn geweest van de inhoud van de emailwisseling van 28 januari 2014. De rechtbank wijst dit verzoek van eiser af, omdat het horen van [naam vertegenwoordiger] voornoemd redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en niet kan afdoen aan het misbruik van recht.
Overschrijding van de redelijke termijn
7. Eiser heeft verzocht om toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM [22] .
7.1.
In gevallen waarin sprake is van misbruik van recht bestaat in beginsel geen spanning en frustratie die recht geeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn [23] . De rechtbank ziet geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. Het verzoek van eiser om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn moet daarom worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, rechter, in aanwezigheid van mr. D.H.J. Laeven, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 16 januari 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder i, van de AVG in samenhang met artikel 41, eerste lid, aanhef en onder i, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG).
2.Dit is geregeld in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder f, van de AVG in samenhang met artikel 41, eerste lid, aanhef en onder f, van de UAVG.
3.Op grond van artikel 15 en Pro artikel 20 van Pro de AVG.
4.Op grond van de artikelen in de AVG en de UAVG genoemd in noot 1.
5.Zie noot 1.
6.Wet open overheid.
7.Zie noot 2.
9.Zie onder meer de uitspraak van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4256.
10.Artikel 15 van Pro de AVG.
11.Zie de brief van eiser aan de rechtbank van 23 maart 2023.
12.Zie de brief van eiser aan de rechtbank van 11 september 2025.
13.Zie bijvoorbeeld de brief van eiser aan de rechtbank van 31 juli 2025.
14.Zie noot 12.
15.Zie de brief van eiser aan de rechtbank van 22 mei 2025.
16.Zie de brief van eiser aan de rechtbank van 28 augustus 2025.
17.Zie noot 16.
18.Bekend onder zaaknummers AWB 17/1047 en AWB 17/2971 (niet gepubliceerd); deze uitspraak is bekrachtigd door de Afdeling bij uitspraak van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3750.
19.Bekend onder zaaknummer AWB 17/4117 (niet gepubliceerd); deze uitspraak is bekrachtigd door de Afdeling bij uitspraak van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3754.
20.Bekend onder zaaknummer ROE 22/513 (niet gepubliceerd).
21.Als bedoeld in artikel 3:13 van Pro het BW, gelezen in samenhang met artikel 3:15 van Pro het BW.
22.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
23.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4272.