ECLI:NL:RBLIM:2026:4256
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen UWV inzagebesluit persoonsgegevens in FSV-registratie ongegrond verklaard
Eiser heeft het UWV verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens die verband houden met zijn registratie in de FSV. Het UWV heeft dit verzoek deels ingewilligd en een overzicht verstrekt van raadplegingen en gegevensuitwisseling, maar eiser betwist de volledigheid van deze inzage.
De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende inzicht heeft gegeven in de verrichte inspanningen en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inzage onvolledig is. De werking van het workflow systeem Phoeniks en de koppeling met de Belastingdienst vallen niet onder het inzageverzoek. Ook de verwijzing naar andere zaken en e-mailuitwisseling biedt geen grond voor het beroep.
Daarnaast heeft eiser een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van twee jaar is overschreden en kent een vergoeding van € 2.000 toe, te betalen door het UWV en de Staat der Nederlanden. Het griffierecht wordt terugbetaald en proceskosten worden vergoed.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, en het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Derks-Voncken op 1 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.