ECLI:NL:RVS:2024:218
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek inzage en ontvangers persoonsgegevens op grond van AVG
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe heeft op 23 juli 2019 het verzoek van appellant om inzage in zijn persoonsgegevens afgewezen. Appellant had op grond van artikel 15 van Pro de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verzocht om een overzicht van ontvangers van zijn persoonsgegevens, met als voorbeeld een brief van een advocaat uit 2017 waarin zijn persoonsgegevens waren opgenomen.
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 april 2021 het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat uit onderzoek bleek dat het college zijn persoonsgegevens niet heeft verwerkt of gedeeld met derden. De rechtbank oordeelde dat het college alleen hoefde te onderzoeken binnen de eigen systemen en niet bij andere bestuursorganen.
In hoger beroep betoogde appellant dat uit de brief en een latere brief van het college van Gelderland zou blijken dat het college van Drenthe wel als ontvanger van zijn persoonsgegevens moest worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het college zijn persoonsgegevens heeft verwerkt of gedeeld.
Het verzoek om het college van Gelderland als getuige te horen werd afgewezen omdat dit niet zou bijdragen aan de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om inzage en overzicht van ontvangers bevestigd.