Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
2.De feiten
3.Het geschil
- tot betaling van € 7.000,00 althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
- tot betaling van de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf de datum van het verschuldigd zijn (27 september 2020) tot aan de dag van algehele voldoening, zijnde € 1.407,62, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
- tot betaling van € 725,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- in de proceskosten.
4.De beoordeling
niethandelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf.
Overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen vallen eveneens onder deze richtlijn.”.
Indien evenwel de materialen geheel of ten dele afkomstig zijn van degene die het werk moet opleveren en het bij het vervaardigen van de zaak van belang is dat deze op een bepaalde wijze tot stand wordt gebracht, kan dit afhankelijk van de omstandigheden als een koopovereenkomst, als aanneming van werk, danwel als een gemengde overeenkomst worden beschouwd. Men denke bijvoorbeeld aan de vervaardiging en levering van een kunstgebit of maatpak. Het zal dan van de omstandigheden afhangen hoe de overeenkomst moet worden getypeerd.”.
De richtlijn vereist in ieder geval dat indien het een consumptiegoed betreft de regels van koop van toepassing zijn. Dit betekent dat indien sprake zou zijn van aanneming van werk, toch ook de regels van consumentenkoop van toepassing zijn, en deze zo nodig de regels van aanneming van werk moeten verdringen. Dit is in het nieuw voorgestelde artikel 5 lid 4 tot Pro uitdrukking gebracht. Zou evenwel sprake zijn van een gemengde overeenkomst, dan zijn ingevolge artikel 215 van Pro Boek 6 BW de bepalingen van beide soorten overeenkomsten naast elkaar van toepassing. Indien evenwel deze bepalingen voor een specifieke rechtsvraag niet verenigbaar zijn, moet gekozen worden tussen de regels van koop of van aanneming van werk. De richtlijn vereist echter ook voor dat geval dat de regels van consumentenkoop prevaleren, zodat voor deze situatie een van artikel 215 van Pro Boek 6 BW afwijkende regel moet worden gecreëerd. Ook dit is in het nieuw voorgestelde artikel 5 lid 4 tot Pro uitdrukking gebracht.”.
Bij een consumentenkoop verjaart de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs door verloop van twee jaren.”
(…) in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”. In deze formulering is de bedoeling van de wetgever tot uitdrukking gebracht dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid terughoudend moet worden toegepast. [8] Daarbij gaat het er niet om of een bepaling strijdig is met de redelijkheid en billijkheid, maar getoetst moet worden of sprake is van naar objectieve maatstaven onaanvaardbare gevolgen. [9] Voor het honoreren van een dergelijk beroep gelden zware motiveringseisen.