Uitspraak
1.De procedure
- de vrijwillige verschijning van [gedaagde partij] ,
- de mondelinge behandeling van 12 februari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,
- de spreekaantekeningen van de zijde van [eisende partij] .
Rechtbank Limburg
Een senior developer trad in juli 2022 in dienst bij een IT-bedrijf op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een concurrentie- en relatiebeding opgenomen in het arbeidsvoorwaardenreglement. Na zijn opzegging per 1 januari 2026 wilde hij bij een concurrerend bedrijf in dienst treden, maar werd door zijn werkgever aan het concurrentie- en relatiebeding gehouden.
De werknemer vorderde in kort geding de schorsing van het concurrentie- en relatiebeding, dan wel een billijke vergoeding. De werkgever betwistte het spoedeisend belang en de rechtsgeldigheid van de bedingen niet, en stelde dat het concurrerende bedrijf daadwerkelijk een concurrent is en dat de werknemer over vertrouwelijke informatie beschikt.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentie- en relatiebeding rechtsgeldig schriftelijk zijn overeengekomen. Er is sprake van een spoedeisend belang omdat de werknemer beperkt wordt in zijn vrije arbeidskeuze. Het concurrerende bedrijf werd als concurrent aangemerkt vanwege overlap in Microsoft 365-dienstverlening.
Na belangenafweging werd het concurrentiebeding geschorst omdat onvoldoende aannemelijk was dat de werknemer over specifieke concurrentiegevoelige informatie beschikt. Het relatiebeding werd gehandhaafd vanwege het zwaarwegende belang van de werkgever bij bescherming van klantenrelaties. De vordering tot billijke vergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst, het relatiebeding gehandhaafd en de vordering tot billijke vergoeding afgewezen.