Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eisende partij 1] ,2. [eisende partij 2] ,
1.[gedaagde partij 1] ,2. [gedaagde partij 2] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met de producties 1 tot en met 15,
2.De feiten
(…)
Het gekochte bezit de feitelijke eigenschappen die nodig zijn voor een normaal gebruik alswoonhuis voor eigen gebruik.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Alle aanspraken die verkoper ten aanzien van het gekochte ten opzichte van derden heeft of mocht verkrijgen (…) gaan over op koper en worden zoveel nodig bij deze door verkoper geleverd aan koper, die de levering bij deze aanvaardt. (…)”)duidt erop dat de levering plaatsvindt door het (enkele) verlijden van de akte, zonder dat daarvoor mededeling aan de schuldenaren vereist is. Dit wordt niet anders door de toevoeging dat koper bevoegd is en door verkoper wordt gemachtigd de overdracht van de vorderingsrechten aan schuldenaren mede te delen. Die mededeling is immers in geval van stille cessie van belang voor de vraag aan wie (cedent of cessionaris) de schuldenaar bevrijdend kan betalen (art. 3:94 lid 3 BW Pro). Daarnaast zijn de gecedeerde vorderingen naar het oordeel van de rechtbank voldoende bepaald (dit is door [eisende partijen] ook niet betwist).
alleaanspraken die verkoper ten aanzien van de woning ten opzichte van derden heeft of mocht verkrijgen (zie rov. 2.5.2). Voor uitzonderingen daarop biedt de tekst geen aanknopingspunten. Ook de koopovereenkomst bevat geen aanwijzingen dat partijen hebben bedoeld bepaalde vorderingsrechten van de cessie uit te sluiten. Artikel 7.4 van de koopovereenkomst vermeldt immers:
“in deze koopovereenkomst is voor zover mogelijk begrepen de overdracht van alle aanspraken die verkoper ten aanzien van de onroerende zaak kan of zal kunnen doen gelden tegenover derden (…)”(zie rov. 2.5.1). Gelet op de aard van de overeenkomst (verkoop en levering van een woning), het financiële belang dat daarmee is gemoeid en de bijstand van achtereenvolgens een makelaar en een notaris had het in de lijn der verwachting gelegen dat partijen, indien zij het vorderingsrecht van [eisende partijen] op [gedaagde partijen] hadden willen uitsluiten, daarvan melding hadden gemaakt in de koopovereenkomst, dan wel de akte van levering. Feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat partijen (toch) hebben bedoeld de specifieke vorderingsrechten van [eisende partijen] op [gedaagde partijen] niet over te dragen, zijn door [eisende partijen] niet naar voren gebracht. [eisende partijen] stelt weliswaar dat hij ten tijde van het verlijden van de akte niet op de hoogte was van de thans gestelde vorderingen, maar verbindt daaraan geen conclusie. Voor zover [eisende partijen] met deze stelling heeft bedoeld dat uit het feit dat hij niet op de hoogte was van de gebreken, blijkt dat hij niet bedoeld kan hebben dit vorderingsrecht over te dragen, volgt de rechtbank hem daarin niet. Op grond van artikel 9 van Pro de leveringsakte zijn immers niet alleen bestaande aanspraken, maar ook aanspraken die verkoper ‘ten opzichte van derden mocht verkrijgen’ overgedragen. Met andere woorden, ook vorderingsrechten die zich op dat moment nog niet hadden geopenbaard (en dus nog niet bij [eisende partijen] bekend waren), zijn in de cessie betrokken. Bovendien zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat (ook) [persoon 1] had moeten begrijpen dat dit vorderingsrecht was uitgezonderd van de cessie.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)