ECLI:NL:RBLIM:2026:1582
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking recht op bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks gescheiden inschrijving
Eiseres ontving bijstand naar de alleenstaandennorm en werd geconfronteerd met intrekking van deze bijstand omdat zij niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voert met haar partner. Het college startte een onderzoek naar aanleiding van anonieme meldingen en constateerde op basis van waarnemingen, huisbezoeken en verklaringen dat eiseres en haar partner feitelijk samenleven en zorg voor elkaar dragen.
Eiseres voerde aan dat zij en haar partner buren zijn met ieder een eigen huishouden, dat er geen financiële verstrengeling is en dat haar hoofdverblijf in haar eigen woning is. De rechtbank oordeelde echter dat het zwaartepunt van haar persoonlijke leven zich in de woning van haar partner bevindt en dat er sprake is van wederzijdse zorg, waardoor aan de criteria voor gezamenlijke huishouding is voldaan.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en oordeelde dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken vanaf 16 januari 2025. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de wet in strijd met het evenredigheidsbeginsel rechtvaardigen. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar bijstand wordt ongegrond verklaard vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding.