ECLI:NL:RBLIM:2026:130

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/03/345112 / HA ZA 25-390
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Roeffen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
CROW 500
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aansprakelijkheid Besix voor schade aan waterleiding bij graafwerkzaamheden

WML vordert dat Besix aansprakelijk wordt gesteld voor schade aan een waterleiding die ontstond tijdens graafwerkzaamheden aan de N273 in Baarlo. Besix voerde verweer en betwistte aansprakelijkheid, stellende dat zij zorgvuldig heeft gehandeld.

De rechtbank overweegt dat de schade niet binnen het risicogebied volgens de CROW 500 richtlijnen is ontstaan en dat het lek ongeveer 25 meter verwijderd was van de graaflocatie. WML kon niet aantonen dat de lekkage het gevolg was van onzorgvuldig handelen van Besix. Bovendien was op het moment van de schade het volgen van CROW 500 nog niet verplicht, maar de rechtbank hanteert deze richtlijnen als maatstaf voor de zorgplicht.

WML baseerde haar stelling op aannames en onvoldoende bewijs, zoals het ontbreken van beeldmateriaal van het lek en onduidelijkheid over de exacte locatie van de schade. De rechtbank concludeert dat Besix niet onzorgvuldig heeft gehandeld en wijst de vordering af. WML wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van WML af wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig handelen door Besix.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/345112 / HA ZA 25-390
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
NV WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ LIMBURG,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: WML,
advocaat: mr. C.J.M. Bongers,
tegen
BESIX INFRA NEDERLAND B.V.,
te Dordrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Besix,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verwijzingsvonnis van de kantonrechter van 3 september 2025
- de akte van WML van 17 oktober 2025 houdende de nadere producties 22 tot en met 27
- de akte vermeerdering van eis van WML van 28 oktober 2025 tevens houdende productie 28
- de mondelinge behandeling van 30 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij door de advocaten van partijen pleitaantekeningen zijn overgelegd
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Besix is een aannemer in de wegenbouw en onder andere actief in grondwerk, riolering en bestrating.
2.2.
Besix heeft in juli 2021 in opdracht van de Provincie Limburg riolerings- en wegwerkzaamheden verricht aan de N273 in Baarlo. Om die werkzaamheden uit
te voeren, heeft Besix de metselwerkduiker in de Kwistbeek aan de bovenkant en zijkanten vrij gegraven. Deze duiker is gelegen onder de Napoleonsbaan Zuid in de nabijheid van [huisnummer] . Bij deze werkzaamheden zijn ook leidingen bloot gelegd (ontgraven) die parallel aan de weg en over de duiker lagen. Een van deze leidingen was een waterleiding van WML. Deze waterleiding was in de vorm van een zogenaamde “springer” (met een boog) over de duiker heen gelegd zoals zichtbaar op onderstaande foto’s, waarbij de waterleiding is aangeduid met een groene pijl.
2.3.
Op 26 juli 2021 omstreeks 19.00 uur heeft WML een melding gekregen van de bewoners van het huis gelegen aan de Napoleonsbaan Zuid [huisnummer] in Baarlo dat er geen water uit de kraan stroomde. De heer [naam] (hierna te noemen [naam] ), als distributiemonteur werkzaam bij WML, heeft een noodreparatie uitgevoerd en de waterlevering hersteld. Daarvoor heeft hij twee brandkranen geplaatst, te weten een brandkraan ter hoogte van [huisnummer] en een brandkraan aan de andere zijde van de Kwistbeek.
2.4.
Op 27 juli 2021 heeft [naam] een formulier “schade door derden” opgemaakt [1] waarin staat vermeld dat een leidingbreuk is ontstaan door machinale graafwerkzaamheden. Als toedracht staat in het formulier vermeld: “
Doordat de springer volledig vrij lag is de hoofdleiding uiteen geschoven.
2.5.
WML heeft Besix per brief van 28 juli 2021 aansprakelijk gesteld voor de ontstane schade [2] .
2.6.
Besix heeft bij schrijven van 16 augustus 2021 [3] betwist aansprakelijk te zijn voor de schade aan de waterleiding omdat zij volgens haar geen fouten heeft gemaakt bij het uitvoeren van de graafwerkzaamheden.
2.7.
Op 11 december 2021, heeft WML de eerste schadefactuur ter hoogte van € 15.176,66 aan Besix gestuurd.
2.8.
In week 24 van 2022 (vanaf 16 juni) heeft WML de waterleiding definitief laten herstellen door middel van een gestuurde boring. Op 28 februari 2023 een aanvullende schadefactuur aan Besix gestuurd ter hoogte van € 10.836,42 [4] .
2.9.
Tussen partijen heeft geregeld overleg plaatsgevonden over de afhandeling van de schade. Zij hebben daarover geen overeenstemming bereikt. Wel heeft Besix op 6 mei 2024 aan WML de helft van het schadebedrag ter hoogte van € 13.006,54 aan WML betaald zonder daarmee aansprakelijkheid te willen erkennen.

3.Het geschil

3.1.
Besix heeft tijdens de mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen de door WML bij akte vermeerderde eis. De rechtbank passeert dat bezwaar omdat de eiswijziging geen strijd met een goede procesorde oplevert. De eiswijziging is weliswaar pas korte tijd voor de mondelinge behandeling ingediend maar is van beperkte omvang. Besix wordt daardoor niet in haar verdediging geschaad.
3.2.
WML vordert na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
voor recht te verklaren dat Besix onrechtmatig jegens WML heeft gehandeld bij de uitvoering van de werkzaamheden t.b.v. de reconstructie van de N273 in Baarlo en dientengevolge jegens WML aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door WML geleden schade;
Besix te veroordelen tot betaling aan WML van een bedrag van € 21.803,21 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
Besix te veroordelen in de kosten van deze procedure, met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.
3.3.
Besix voert verweer. Besix concludeert tot niet-ontvankelijkheid van WML, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van WML, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van WML in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze procedure gaat het om de vraag of Besix aansprakelijk is voor de door WML gemaakte kosten van herstel van de waterleiding gelegen langs de Napoleonsbaan Zuid in Baarlo, tussen [huisnummer] aan die weg en een punt gelegen aan de andere zijde van de duiker in de Kwistbeek. De rechtbank is met Besix van oordeel dat dit niet het geval is. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Geen vermoeden van onzorgvuldig handelen
4.2.
WML stelt dat Besix onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld bij het uitvoeren van de grondwerkzaamheden rondom de duiker in de Kwistbeek door niet te handelen in overeenstemming met de CROW 500 richtlijnen. Volgens WML heeft Besix bij het ontgraven van de waterleiding onvoldoende maatregelen genomen om schade aan de waterleiding te voorkomen.
4.3.
De rechtbank overweegt dat met ingang van 31 december 2021 het volgen van de CROW 500 verplicht is. Op het moment van het optreden van de schade was dat nog niet het geval. Uit vaste rechtspraak [5] volgt echter dat bij de invulling van de zorgplicht van bij de uitvoering van grondroerwerkzaamheden de rechter in beginsel dient aan te sluiten bij de CROW 500
.In deze richtlijnen staat over het grondroeren in de buurt van leidingen het volgende opgenomen:

4 Grondroeren nabij kabels en leidingen
Om tijdens het grondroeren schade aan kabels en leidingen te voorkomen, wordt een risicogebied geïntroduceerd. Binnen het risicogebied zal de werkmethode van grondroeren aangepast moeten worden. Buiten het risicogebied mag de grond zonder extra voorzorgsmaatregelen worden geroerd.
Risicogebied
Het gebied nabij een kabel of leiding, waarbinnen de grond niet zonder meer geroerd mag worden, is het risicogebied. Binnen het risicogebied is de grondroerder verplicht ervoor te zorgen dat de grondroering veilig wordt uitgevoerd zonder schade aan de aanwezige kabels en leidingen.
Afbakening van het risicogebied
- Het gebied 1,00 meter (links-rechts) uit de buitenkant en 0,50 meter boven de buitenkant van de kabel of leiding, waarvan de werkelijke ligging bepaald (en in het veld gemarkeerd) is.
- Het gehele graafprofiel als aanwezige kabels en leidingen niet vooraf zijn gelokaliseerd.”
4.4.
Wanneer in het risicogebied toch schade optreedt aan een kabel of leiding die vooraf was gelokaliseerd of waarvan de theoretische ligging zich in het zoekgebied bevond, en staat vast dat de schade het gevolg is van de werkzaamheden van de grondroerder, dan wordt vermoed dat de grondroerder onvoldoende veilig en daarmee onzorgvuldig heeft gewerkt [6] .
4.5.
De rechtbank stelt voorop dat aanvankelijk onduidelijkheid bestond over de plek waar de schade aan de waterleiding was ontstaan. Uit de e-mail van Besix van 6 mei 2024 [7] volgt dat het haar pas tijdens een overleg in september 2023 duidelijk is geworden dat de schade niet op de plek van de vrij gegraven waterleiding is ontstaan maar verderop ter hoogte van [huisnummer] . Tijdens de zitting heeft WML bevestigd dat de lekkage niet bij de springer maar ongeveer 25 meter daar vanaf is opgetreden. Daarmee ligt het lek niet binnen het risicogebied als bedoeld in CROW 500 (zie hiervoor onder 4.3). Dit betekent in ieder geval dat niet van belang is of Besix bij het ontgraven van de waterleiding machinaal of met de hand heeft gegraven zodat hetgeen daarover door partijen is aangevoerd buiten beschouwing kan worden gelaten. Het betekent verder dat geen vermoeden kan worden aangenomen dat Besix onvoldoende veilig en daarmee onzorgvuldig heeft gewerkt. Daarmee is het aan WML om voldoende feiten te stellen en te onderbouwen dat de schade is ontstaan omdat Besix bij het uitvoeren van de graafwerkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld.
De rechtbank is om de volgende redenen van oordeel dat zij daar niet in is geslaagd.
Geen onzorgvuldig handelen Besix
4.6.
Als niet weersproken staat vast dat op 26 juli 2021 een lek is ontstaan in de waterleiding ter hoogte van Napoleonsbaan Zuid [huisnummer] in Baarlo, ongeveer 25 meter vanaf de locatie waar Besix graafwerkzaamheden heeft verricht. Dat dit lek is ontstaan doordat de waterleiding uit de mof is geschoven, zoals WML stelt, kan niet worden vastgesteld. WML heeft geen beeldmateriaal van het lek overgelegd en heeft ter zitting verklaard dat ook geen beeldmateriaal van het lek beschikbaar is. Zij baseert deze toedracht op de verklaring van haar monteur [naam] in het schaderapport van 27 juli 2021 waarin staat dat de waterleiding uiteen is geschoven. In het schaderapport staat niet vermeld waar de leiding uit elkaar is geschoven. Niet duidelijk is of [naam] het lek heeft opgespoord en de plaats van de lekkage door hem is vrij gegraven.
De stelling van WML dat de leiding uit de mof is geschoven door werkzaamheden bij de duiker lijkt dan ook te zijn gebaseerd op een aanname van haar monteur. In zijn plattegrond van noodreparatie [8] staat namelijk ‘
lekkende (beschadigde) springer’en er zijn door hem op 27 juli 2021 foto’s van de springer gemaakt en niet van de lekkage bij [huisnummer] .
Zoals hiervoor is overwogen heeft Besix het lek niet gezien en verkeerde zij op basis van de stellingen van WML steeds in de veronderstelling dat de lekkage bij de springer was ontstaan. Pas in september 2023, ruim na de reparatie van de leiding, is haar duidelijk geworden dat het lek in de buurt van [huisnummer] was opgetreden.
4.7.
Behalve dat niet kan worden vastgesteld dat de lekkage het gevolg is van een uit de mof geschoven leiding heeft WML onvoldoende onderbouwd dat de eventuele oorzaak daarvan is gelegen in door Besix onzorgvuldig uitgevoerde graafwerkzaamheden.
4.8.
Het door WML aangehaalde vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 april 2020 [9] kan haar niet baten. De situatie in die zaak is niet vergelijkbaar met de situatie in het onderhavige geval. De waterleiding is namelijk niet in het risicogebied uit de mof geschoven. Van het door WML in de dagvaarding [10] gestelde doorhangen van de waterleiding bij de duiker was geen sprake. De waterleiding liep anders dan zij daar stelt niet in een rechte lijn over de duiker heen zonder bochten, maar was in de vorm van een springer aangelegd. Deze springer rustte op de duiker en was, anders dan in het rapport van Crawford van 26 april 2023 [11] staat vermeld, wel voorzien van trekvaste verbindingen.
4.9.
Uit het door WML overgelegde memo van Schrijvers [12] volgt, en tijdens de zitting heeft WML dat ook bevestigd, dat ook na de springer (op een afstand van 10 meter) nog een trekvaste verbinding is gebruikt, waardoor de eerste niet-trekvaste verbinding zich op ruime afstand van de springer bevond (volgens partijen dus ongeveer 25 meter van de duiker). WML heeft aangevoerd dat de leiding richting [huisnummer] vanwege boomwortels gedeeltelijk in een doorvoerbuis en niet rechtstreeks in de bodem was gelegd waardoor de leiding geen of minder trekweerstand van de bodem ondervond. WML heeft niet gesteld en evenmin onderbouwd dat Besix op de hoogte had moeten en kunnen zijn dat de leiding richting [huisnummer] geen of minder weerstand van de bodem ondervond en daarom uit elkaar kon schuiven. Niet gebleken is dat dit risico is besproken in het nutsoverleg van onder andere 27 september 2018 [13] en evenmin dat daarop werd gewezen bij de KLIC-melding van 14 juli 2021 [14] . In die KLIC melding onder KLIC-nummer 21G432337 wordt het weergegeven als een normaal risico met een maximale ontgravingsdiepte van 150 cm onder maaiveld en zijn geen bijzondere voorwaarden of voorzorgsmaatregelen opgenomen. Daarom valt niet in te zien dat Besix extra voorzorgsmaatregelen had moeten treffen en WML had moeten vragen om de druk van de leiding te halen.
4.10.
Nu niet kan worden vastgesteld dat Besix bij het ontgraven van de waterleiding onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld, bestaat geen grond voor het aannemen van aansprakelijkheid van Besix. De vordering van WML is om die reden niet toewijsbaar zodat de standpunten van partijen ten aanzien van de (hoogte) van de door WML gestelde schade geen verdere bespreking behoeven.
4.11.
WML is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Besix worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.572,00
(2 punten × € 786,00)
Totaal
4.567,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van WML af,
5.2.
veroordeelt WML in de proceskosten van € 4.567,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als WML niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.

Voetnoten

1.Productie 6 bij dagvaarding
2.productie 7 bij dagvaarding
3.Productie 8 bij dagvaarding
4.productie 12 bij dagvaarding
5.Zie o.a. HR 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:772
6.HR 15-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1750
7.Productie 14 bij dagvaarding
8.Productie 4 van WML
10.Randnummer 10
11.Productie 26 van WML, pagina 10
12.Productie 22 van WML, pagina 5 en volgende
13.Productie 19 van WML
14.Zie productie 26 van WML pagina 7