Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De huurder verhuurt sinds 2007 een woning en betaalt de huur via een sociale dienst namens hem rond de 12e tot 15e dag van de maand. De verhuurder stelde huurverhogingen vast per 1 juli 2024 en 1 juli 2025, die de huurder niet tijdig en volledig betaalde, waardoor een huurachterstand ontstond van €240,23 tot 1 september 2025. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege slecht huurderschap.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand niet hoog genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen en dat de structurele latere betaling via de sociale dienst al sinds 2007 werd geaccepteerd, wat een wijziging van de overeenkomst inhoudt. Daarom is er geen tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt. Ook de opzeggingsgrond wegens slecht huurderschap wordt afgewezen.
Verder vernietigt de rechtbank de bedingen over buitengerechtelijke incassokosten en contractuele rente als oneerlijk en onredelijk bezwarend voor de huurder, waardoor deze vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontbinding en ontruiming worden afgewezen; huurder veroordeeld tot betaling van huurachterstand en lopende huur.