Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de pleitnota van Maasvallei,
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
2 september 2025.
Rechtbank Limburg
De stichting Woningstichting Maasvallei vorderde in kort geding ontruiming van een strook grond die volgens haar eigendom was, gelegen aan de achterzijde van het perceel van gedaagden. Gedaagden betwistten dit en stelden dat zij door onafgebroken bezit van meer dan 20 jaar eigenaar waren geworden op grond van bevrijdende verjaring.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Maasvallei voldoende spoedeisend belang had bij haar vorderingen en dat de zaak geschikt was voor kort geding. Het beroep op verkrijgende verjaring werd afgewezen omdat gedaagden niet te goeder trouw waren, onder meer doordat zij de kadastrale situatie niet hadden onderzocht.
Het beroep op bevrijdende verjaring slaagde echter wel, omdat gedaagden vanaf circa 2003 de strook onafgebroken, openbaar en ondubbelzinnig in bezit hadden genomen, onder meer door het plaatsen van hekwerk, poort, en andere bezitshandelingen. Het ontbreken van kwade trouw maakte dat de subsidiaire vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad ook werd afgewezen.
Maasvallei werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en bevestigde dat het bezit van gedaagden de eigendom van Maasvallei tenietdoet op grond van bevrijdende verjaring.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en schadevergoeding worden afgewezen wegens geslaagd beroep op bevrijdende verjaring door gedaagden.